Terugblik World Geothermal Day: in gesprek met Marit Brommer (IGA)

“De ondergrond biedt de mogelijkheden, maar bovengronds bepalen we of en hoe we die benutten.”
Afgelopen zaterdag 17 oktober was het World Geothermal Day: de internationale dag waarop wereldwijd aandacht wordt gevraagd voor aardwarmte als duurzame en betrouwbare energiebron. Voor Duurzame Warmte Delta was dat een mooie aanleiding om in gesprek te gaan met Marit Brommer, directeur van de International Geothermal Association (IGA).
In tien vragen gaat zij in op de rol van de IGA en de kansen voor geothermie in steden. Ook bespreekt ze wat er nodig is om van losse projecten naar regionale warmtesystemen te gaan, wat Zuid-Holland kan leren van München en hoe we een nieuwe generatie enthousiast maken voor geothermie en warmte.
Wat doet IGA in de wereldwijde geothermiesector, en waar leg jij als directeur de nadruk?
De International Geothermal Association verbindt mensen, kennis en organisaties wereldwijd om het gebruik van geothermie te versnellen. We zijn actief op het snijvlak van wetenschap, industrie, overheid en beleid, in meer dan honderd landen.
Mijn nadruk ligt steeds meer op de vraag hoe we van technische mogelijkheden naar maatschappelijke toepassing komen. We weten inmiddels heel veel over de ondergrond. Maar hoe vertalen we die kennis naar investeringen, infrastructuur, betrouwbare warmtevoorziening en duurzame ontwikkeling?
Ik wil dat IGA niet alleen de internationale stem van de geothermiesector is, maar ook een organisatie die helpt om de juiste mensen, kennis en besluitvormers bij elkaar te brengen.
Waar zie je wereldwijd de grootste kans om geothermie voor warmte te versnellen? En wat betekent dat voor Zuid-Holland, waar DWD de partijen in de warmteketen samenbrengt?
In steden. Daar komen warmtevraag, infrastructuur, investeringen en de noodzaak om fossiele brandstoffen te vervangen samen.
Geothermie biedt steden iets bijzonders: een lokale, continue warmtebron die niet afhankelijk is van het weer. Maar een warmtebron alleen verwarmt nog geen huizen. Daarvoor zijn warmtenetten, afnemers en langetermijnafspraken nodig.
Zuid-Holland heeft een interessante uitgangspositie. De geologische kennis, bestaande projecten, grote warmtevraag en aanwezige expertise bieden veel mogelijkheden.
De volgende stap is om niet alleen individuele geothermieprojecten te ontwikkelen, maar samenhangende regionale warmtesystemen. Daar ligt een belangrijke rol voor een netwerk als DWD.
Wat is op dit moment de belangrijkste belemmering, internationaal en in Nederland?
Ik denk dat de grootste belemmering steeds minder technisch en steeds meer institutioneel is.
Geothermie vraagt grote investeringen vooraf, terwijl de opbrengsten over tientallen jaren ontstaan. Dat vraagt voorspelbaar beleid, goede risicoverdeling en partijen die bereid zijn zich langdurig aan elkaar te verbinden.
In Nederland komt daar de complexiteit van de warmtetransitie bij. Gemeenten, warmtebedrijven, ontwikkelaars, financiers en afnemers hebben ieder hun eigen verantwoordelijkheden en besluitvorming.
De uitdaging is om die afzonderlijke belangen samen te brengen in een systeem waarin iedereen voldoende zekerheid heeft om te investeren.
Van welke andere schakel in de warmteketen is geothermie het meest afhankelijk?
Van de warmte-infrastructuur én de zekerheid dat de warmte daadwerkelijk wordt afgenomen.
Een succesvolle boring is een technische prestatie. Maar zonder distributienet en klanten heeft die warmte weinig maatschappelijke waarde.
Daarom moeten we veel vroeger in het proces nadenken over de volledige warmteketen. Niet eerst de bron ontwikkelen en daarna kijken wie de warmte wil afnemen, maar gezamenlijk plannen vanuit de toekomstige warmtevraag.
Wat kan een regionaal samenwerkingsverband als DWD doen om die schakels sneller bij elkaar te brengen? Wat kan zo’n netwerk dat de afzonderlijke partijen niet kunnen?
Een regionaal netwerk kan iets wat afzonderlijke organisaties vaak niet kunnen: het gehele systeem overzien.
DWD kan partijen samenbrengen voordat investeringsbesluiten genomen worden, knelpunten zichtbaar maken en helpen om gezamenlijke prioriteiten te formuleren.
Maar samenwerking moet verder gaan dan kennisuitwisseling. Het interessantste wordt het wanneer een netwerk helpt om concrete projecten investeringsgereed te maken.
Mijn advies zou zijn: organiseer niet alleen gesprekken over samenwerking, maar werk gezamenlijk aan het wegnemen van de belangrijkste belemmeringen voor uitvoering.
Welke concrete stap zou in 2027 het grootste verschil maken?
Ik zou graag zien dat Zuid-Holland één of enkele concrete regionale warmteontwikkelingen selecteert waarbij alle essentiële partijen zich verbinden aan een gezamenlijk uitvoeringspad.
Met duidelijke afspraken over warmtevraag, infrastructuur, vergunningen, financiering, besluitvorming en verantwoordelijkheden.
We hebben veel studies, ambities en plannen. De volgende stap is om die om te zetten in gezamenlijke besluiten.
Van projectontwikkeling naar systeemontwikkeling. Dat zou in 2027 een belangrijk verschil kunnen maken.
Met worldgeothermal.org wil IGA de sector zichtbaarder maken, breder dan de techniek: warmte, steden, infrastructuur en de mensen erachter. Waarom is die verbreding juist nu nodig?
Omdat geothermie uiteindelijk niet over boringen gaat, maar over mensen en plekken.
Over een ziekenhuis dat betrouwbaar verwarmd wordt, een stad die minder afhankelijk wordt van geïmporteerde energie, een kas waar voedsel wordt geproduceerd of een zwembad dat met lokale warmte wordt verwarmd.
We laten als sector nog te vaak de technologie zien, terwijl de werkelijke maatschappelijke waarde zich bovengronds afspeelt.
Met worldgeothermal.org willen we juist die verhalen en beelden samenbrengen. We willen laten zien hoe geothermie onderdeel is van het dagelijks leven, en hoe verschillend die toepassingen wereldwijd kunnen zijn.
Als mensen zien wat geothermie mogelijk maakt, wordt het veel gemakkelijker om het gesprek te voeren over waarom we erin zouden moeten investeren.
Welke regio in het buitenland laat goed zien hoe samenwerking tussen overheid, bedrijven, kennisinstellingen en onderwijs geothermische warmte versnelt? Wat kan DWD daarvan leren?
München vind ik een inspirerend voorbeeld.
Daar werken de stad, het gemeentelijke energiebedrijf, kennisinstellingen en andere partners al jarenlang aan de ontwikkeling van geothermie als onderdeel van de stedelijke warmtevoorziening.
Wat mij aanspreekt, is de langetermijnvisie. Geothermie wordt er niet gezien als een verzameling afzonderlijke projecten, maar als onderdeel van de toekomstige energie-infrastructuur van de stad.
De les voor Zuid-Holland is volgens mij dat continuïteit en institutionele samenwerking minstens zo belangrijk zijn als technische innovatie.
DWD wil met de Energy Cave in het schooljaar 2027–2028 3.000 scholieren en studenten bereiken. Wat is volgens jou nodig om een nieuwe generatie voor geothermie en warmte te winnen?
We moeten jongeren niet alleen laten zien hoe geothermie werkt, maar vooral wat je ermee kunt doen.
De warmtetransitie heeft geologen en ingenieurs nodig, maar net zo goed technici, ontwerpers, financiers, beleidsmakers, communicatiespecialisten en ondernemers.
Ik zou jongeren daarom laten kennismaken met de mensen achter echte projecten. Laat ze een warmtecentrale bezoeken, een ondergronds model bekijken of zelf nadenken over hoe hun school of wijk duurzaam verwarmd kan worden.
En laat vooral zien dat de energietransitie niet alleen een technisch vraagstuk is. Het gaat ook over de inrichting van onze leefomgeving.
Rond World Geothermal Day een stelling: “Geothermie is geen technisch vraagstuk meer, maar een samenwerkingsvraagstuk.” Eens of oneens? En wat vraagt dat van netwerken als DWD?
Grotendeels eens, met één belangrijke nuance: de technologie blijft zich ontwikkelen en wetenschappelijke kennis blijft essentieel.
Maar de grootste versnelling komt naar mijn overtuiging nu uit betere samenwerking tussen techniek, beleid, infrastructuur en kapitaal.
We hebben als sector lang gewerkt aan het aantonen van wat technisch mogelijk is. De volgende fase gaat over het organiseren van de voorwaarden waaronder geothermie op grote schaal kan worden toegepast.
Dat vraagt van netwerken als DWD dat ze niet alleen verbinden, maar ook helpen richting te geven, keuzes bespreekbaar te maken en gezamenlijke besluitvorming mogelijk te maken.
Ik zeg altijd graag: De ondergrond biedt de mogelijkheden, maar bovengronds bepalen we of en hoe we die benutten.
Meer over de wereldwijde geothermiesector en de verhalen erachter lees je op worldgeothermal.org.